1
U bevindt zich hier: Nederlands | Veehouders | Actueel | Problemen door mycotoxinen

Problemen door mycotoxinen

 

Schimmels in maïs(kuil), gras(kuil) en granen kunnen gifstoffen (mycotoxinen) produceren, zeker als er natte periodes zijn geweest tijdens de groei, oogst en opslag. Zoals bij de snijmaïskuilen van 2017. De meest voorkomende mycotoxinen volgens (Richard, 2007) zijn: Aflatoxine, Zearalenone (ZEA), Deoxynivalenol (DON), Fumonisine (Fum B1 en B2) en Ochratoxine. Eenmaal gevormde mycotoxinen blijven aanwezig en verschillende soorten mycotoxinen versterken elkaar. Volgens Martins (2017) kan de hoeveelheid aflatoxine B1 in maïs bijna verdubbelen als de temperatuur met 2 graden stijgt door klimaatverandering (Boerderij 103, 2018).

 

De mycotoxinen kunnen problemen veroorzaken zoals een verminderde melkproductie, slechtere vruchtbaarheid, lagere voeropname, slechtere groei, lagere weerstand en stofwisselingsproblemen zoals diarree. Aflatoxine kan ook in de melk terecht komen (Richard, 2007). 

 

De mycotoxinenbindende werking van de glucanen in de gistproducten van Agri Nutrition op basis van Saccharomyces cerevisiae kan helpen om problemen voorkomen. De gebonden mycotoxinen worden uitgescheiden in de mest. 

De gistproducten van Agri Nutrition kunnen tot wel 62% Aflaxtoxine binden. Testen laten zien dat gemiddeld  77,5 tot 81% % van de ZEA kan worden gebonden (In vitro test pH3 en pH 6,5).  81% van de Ochratoxine kan worden gebonden. De bindingscapactiteit voor Fum B2 is 84,5%.

 

Neem contact op met uw adviseur als u schimmels in het rantsoen en de kuilen constateert.


 

 

 

 

 


Ga terug naar het overzicht